Hij volgt moeder en dochter (2) in winkel – Dan fluistert hij: “Zeg maar dag tegen mama”

Toen ik en mijn broers klein waren, waren we niet gemakkelijk in de gaten te houden. We waren drie energieke jongens, allemaal geboren binnen vier jaar na elkaar, en het enige dat we wilden doen was rennen – vaak in verschillende richtingen. We waren een nachtmerrie voor onze oppas, Kate, elke keer weer.

Ik herinner me een keer toen we met haar in een winkel waren. We renden door de gangpaden terwijl ze haar best deed om ons in de gaten te houden en tegelijkertijd boodschappen te doen.

Toen, opeens – wij drieën samen voor één keer – merkten we dat Kate weg was. We hebben een tijd gezocht, maar konden haar niet vinden en besloten daarom naar huis te gaan. Ik, de oudste, redeneerde dat ze ons in de winkel had achtergelaten. Ons huis was gelukkig niet ver weg, maar toen we naar het huis gingen, beseften we dat we geen sleutel voor de deur hadden.

Het duurde niet lang voordat een man ons benaderde en aanbood om te helpen.

Lees verder op de volgende pagina.