Dit is de eerste grote liefde van Beatrix
Beatrix woonde op dat moment samen met hartsvriendin Renée Röell, in het grachtenpand Rapenburg 45. Waar haar klasgenoten zich moesten behelpen in kleine en niet altijd even schone studentenhuizen, woonde Beatrix op stand en had ze zelfs de beschikking over een privésecretaresse, mevrouw Meurs. Die was dan ook een van de eersten die lucht moeten hebben gekregen van de prille romance tussen Beatrix en haar mede-Leidenaar Bob, die de eerste tijd nog een warm welkom kreeg op paleis Soestdijk, Beatrix ouderlijk ‘huis’.
Het deftige beroep van Bobs vader en de inzet van zijn moeder voor goede doelen maakten een gunstige indruk op koningin Juliana en prins Bernhard. Toen na een jaar Bob nog steeds Beatrix’ geliefde was, vond de ambitieuze schoonvader Bernhard het welletjes; die zag ‘Trix’ – zoals Beatrix door haar intimi wordt genoemd – liever met een minimaal adellijk persoon naar het altaar schrijden. Daarom organiseerde Bernhard geregeld jachtpartijen voor vrijgezelle prinsen, baronnen en andere kanshebbers van elitair niveau. Beatrix liet zich echter niet opjagen: ze nam Bob telkens doodleuk mee naar elke gelegenheid waar dat kon, zoals in 1962 naar het zilveren huwelijksfeest van haar ouders.